Cees Bol veroverde in de Arno Wallaard Memorial de fluorescerend gele leiderstrui in de Holland Cup. Dit weekend staan er opnieuw twee wedstrijden in de Holland Cup op het programma. Een belangrijk moment dus voor de jonge renner van de SEG Racing Academy om zijn leidende positie te verdedigen. We spraken Bol vlak na zijn verkenning van de Ronde van Noord-Holland.

Verkenning Noord-Holland

“Ik heb niet het hele parcours verkend,” zegt Bol als hij net terugkomt van zijn verkenning. “Ik ken alle wegen al wel.” De Ronde van Noord-Holland is een thuiswedstrijd voor de in Zaandam woonachtige coureur. “We hebben de laatste 30 kilometer even goed bekeken, door de stad. Dat is wel weer even goed om te weten. Ontspannen, met mooi weer en een leuk groepje. Een lekker dagje op de fiets.”

“Als ik nu naar het weer kijk, gaat het zondag echt een waaierkoers worden,” weet Bol. “Dan is het de hele dag boren. Ik denk dat ik in vorm ben en dat de rest van de ploeg ook goed in vorm is. Dan moeten we na 160 kilometer moeten we kijken wie er nog bij zitten. Dan gaan we richting de finale een plan bedenken.”

Trui verdedigen?

Of Cees Bol in Alkmaar in de leiderstrui van de Holland Cup mag starten is afhankelijk van de uitkomst van de Ronde van Overijssel, een dag eerder. Ook daar staat hij aan de start. “Daar heb ik niet verkend.” Wil de 22-jarige renner zijn trui komend weekend kosten wat het kost verdedigen? “Ik ben vooral bezig met goede uitslagen in de losse wedstrijden,” is het eerlijke antwoord. “Dan ben je natuurlijk wel automatisch de trui aan het verdedigen. Het is nog vier wedstrijden en ik mag de trui aan, maar Maarten van Trijp heeft evenveel punten. Als je één wedstrijd wint doe je ook meteen mee in het klassement. Voor de ploeg zijn de losse uitslagen in UCI-koersen ook belangrijker.”

Specialiteit

Uitslagen in losse UCI-koersen rijgt Bol dit seizoen aaneen. Hij doet mee in klassementen van rittenkoersen, kan winnen door in de laatste kilometers aan een ultieme solo te beginnen, winnen vanuit een kopgroep of winnen vanuit een sprint in een uitgedunde groep. Wat is Bol’s specialiteit? “Eigenlijk weet ik het zelf ook niet echt. Over het algemeen houd ik erg van zware wedstrijden met korte inspanningen,” klinkt het. “Vlaanderen en Roubaix,” droomt Cees Bol vast vooruit. “Sprinten vanuit een klein groepje kan ook. Ik denk niet dat ik een echte massasprinter ben. Dat komt ook omdat ik het veel leuker vind om agressief te koersen.”

“Hoe dat zich de komende jaren gaat ontwikkelen weet ik nog niet, maar ik richt me in trainingen ook echt op korte inspanningen. Alles onder de twee minuten. Ik zorg dat ik daar zo goed mogelijk in ben.”

Dat Bol op korte klimmetjes meekan met de top op continentaal niveau bewees hij in de Tour de Bretagne. Hij won er de vijfde etappe. “Bretagne was vooraf een groot doel voor mij dit seizoen,” vertelt Bol. “Het is heel mooi dat als je in december bedenkt dat je daar een rit wil gaan winnen, dat het dan ook lukt. Ik denk ook dat het de hoogst aangeschreven koers is op 2.2-niveau.”

Foto: Tour de Bretagne

Bol verbaast zichzelf

Meedoen om de zege deed Cees Bol ook tweemaal in de Ardennen. In het Circuit des Ardenneswerd hij tweede in het eindklassement en in de Flèche Ardennaise vorig weekend kwam hij als eerste over de streep na een lange vlucht. “Ik heb mezelf twee keer in de Ardennen verbaasd,” kijkt Bol terug. “Dat het op dat terrein zo goed zou gaan had ik ook niet gedacht. Dat is super mooi om mezelf te verbazen dat het op langere klimmen van rond de 10 minuten goed gaat. Ik ben eigenlijk best wel groot en zwaar. Dan ligt het niet voor de hand dat je in de Ardennen mee doet om de prijzen. Ik weet nu dat als ik het slim doe dat ik daar dan ook een uitslag kan rijden.”

Comeback

Dat de Zaandammer nu het hoge niveau haalt waarop hij actief is, was deze winter geen sinecure. Eind maart vorig jaar kreeg hij te kampen met een hersenschudding nadat hij flauwviel en zijn hoofd hard stootte. “Ik wist in de tijd dat ik werkte aan mijn comeback dat ik kon terugkomen op een hoog niveau,” zegt Bol over periode tussen april en oktober vorig jaar. “Ik had in 2016 ook een heel goed jaar, waarin ik uiteindelijk Olympia’s Tour won.”

Daaraan hield Bol zich vast. “Het is natuurlijk onzeker in zo een situatie, het is altijd een vraagteken of het echt ging lukken om terug te komen. Maar gaandeweg kom je er steeds dichterbij. Ik had in de winter ook al wel het gevoel dat het heel goed ging. Ik reed ook nog een paar koersen en trainingen eind vorig seizoen waarin ik het gevoel weer terug kreeg. Ik dacht: ‘als ik deze waardes kan trappen en me zo goed voel, dan kan het niet anders dan dat als ik het blijf proberen, ik er weer kom.”

Plezier teruggevonden

In de periode dat hij niet aan wedstrijden kon deelnemen hervond Cees Bol het echte plezier in het fietsen. “Het is af en toe wel echt kut geweest,” denkt Cees Bol terug aan de vier maanden zonder competitie. Ik had heel snel het vertrouwen in 2017 opgegeven. In mei wist ik wel dat het seizoen echt ten einde was. Vanaf het moment dat het met mijn hoofd weer langzaam beter ging en ik weer voorzichtig twee uurtjes kon gaan fietsen buiten heb ik het eigenlijk wel heel erg naar mijn zin gehad. Dat klinkt misschien gek,” is Bol zich bewust.

“Dat jaar heb ik juist heel veel plezier gehad in het fietsen. Het fietsen weer ontdekken. Plezier was eigenlijk het enige doel dat ik had op de fiets. Of ik nu een uur later terugkwam of vijf uur ging fietsen en ergens ging zwemmen onderweg, het maakte niet uit. Toen ik weer echt kon trainen ben ik dat ook leuker gaan vinden dan ooit.”

2018 en verder

Dit weekend rijdt Cees Bol dus de twee koersen in de Holland Cup. Daarna verlegt hij zijn aandacht naar een aantal koersen uit de Belgische Napoleon Games Cup. “Daar wil ik ook graag heel goed rijden. Op dat profniveau denk ik me ook erg goed te kunnen laten zien. Ook rijd ik het NK bij de profs.”

Tussen de profs fietsen bevalt Bol dus wel. “Het zijn wedstrijden waar ik goed uit de voeten kan. Het moge ook duidelijk zijn dat ik de ambitie heb om prof te worden volgend jaar,” is hij duidelijk over zijn doel voor dit wielerjaar. “Daar zijn ze op kantoor (bij SEG Cycling, red.) mee bezig. Daar heb ik het zelf niet zo druk mee. De telefoon staat bij mij niet roodgloeiend. Op kantoor misschien wel. Ik hou me vooral bezig met hard fietsen en dat sluit natuurlijk heel erg op elkaar aan. Als ik hard fiets dan komt volgend jaar ook wel goed.”

Cees Bol denkt de aansluiting met de profs goed te kunnen maken. “Ik heb in 2016 in de Boucles de la Mayenne en de Tour de l’Ain al laten zien top tien te kunnen rijden op het lagere profniveau. Bij de echte profs in de WorldTour is het spelletje ook wel weer heel anders. Daarvoor moet je gewoon bij zo een ploeg rijden en dan wordt je vanzelf meegenomen in die ontwikkeling,” fantaseert hij vast over een mogelijk debuut bij een profploeg.

Revanche

Voordat dat zover is staat Cees Bol komend weekend dus ‘gewoon’ aan de start in de Holland Cup-koersen in Overijssel en Noord-Holland. In de Arno Wallaard Memorial, de laatst verreden koers uit de reeks werd Bol in een millimetersprint geklopt door de Duitser Joshua Huppertz. Er moest een fotofinish en een juryvergadering aan te pas komen om de Duitser uit te roepen tot winnaar.

“Ik baal er nog steeds van hoor. Dat wordt er niet leuker op. Maar het is makkelijker er aan terugdenken nu ik twee koersen gewonnen heb in de tussentijd. Ik zat zondag in de kopgroep van de Flèche Ardennaise. Joshua Huppertz zat daar ook en ik had hem even gesproken. Ik zei: ‘dit keer ga ik beter jumpen aan de finish’.”

Foto: www.veloracingnews.fr

Toch geloofde Bol op dat moment van de finish in de Arno Wallaard Memorial nog niet dat hij voorbij was gestreefd door de renner van de Duitse Lotto. “Er waren een aantal juryleden die tegen me hadden gezegd dat ze het niet zeker wisten,” verklaart Bol. “Toen ben ik in de jurybus naar de finishbeelden gaan kijken. Ik heb die beelden gezien en het was inderdaad close, maar wel duidelijk.”

Wolfpack

Een renner die Cees Bol voorging op weg naar het hoogste niveau is zijn oud-ploegmaatje Fabio Jakobsen. Ook zonder Jakobsen is SEG Racing Academy dit seizoen uiterst succesvol. Bol vergelijkt de sfeer in zijn ploeg met de nieuwe ploeg van Jakobsen. Het Wolfpack. “We zijn met een heleboel sterke renners bij SEG,” trapt hij af.

“Dat maakt het makkelijker om wedstrijden te winnen. Het is ook wel zo dat er een sfeer hangt van: ‘als jij het kan, kan ik het ook’. We hebben alles voor elkaar over. Hoe we in Bretagne reden was echt het mooiste wat er is. Die etappe die Julius (van den Berg, red.) wint. Daarachter reed een groep van vijftien renners waar Edo (Edoardo Affini, red.) en ik bij zitten en volle bak afstoppen. We hebben er dan 100% vertrouwen in dat als ze vooruit blijven dat Julius de sprint wint.” Bol cijfert zich op dat moment graag weg voor de kansen van een ploeggenoot. “Op dat vertrouwen komt het aan. Als je het met zijn allen kan doen, maakt het ook niet uit wie er wint. Ik denk dat je jezelf namelijk ook van een heel erg goede kant laat zien als je iemand anders helpt. Helemaal als het lukt en iedereen zijn kans krijgt.”